Breda staat stil bij vier jaar oorlog in Oekraïne 

Oekraïense vluchtelingen voor het stadhuis op de Grote Markt | Foto: Jan van de Lindeloof/BredaNu

In de vroege ochtend van donderdag 24 februari 2022 kondigde Vladimir Poetin de inval in Oekraïne aan. Niet veel later trokken Russische tanks de grens over. Miljoenen Oekraïners sloegen op de vlucht. Een deel van hen kwam in Breda terecht. In de Bredase Koepel verblijven sinds het begin van de oorlog zeshonderd oorlogsvluchtelingen. Afgelopen zaterdag stond Breda stil bij de oorlog die vier jaar geleden begon.  

Wethouder Arjen van Drunen (GroenLinks-PvdA) was vanaf het begin betrokken bij de opvang van de Oekraïense vluchtelingen. Hij kan zich niet alleen de opmars van de Russische tanks nog levendig herinneren, maar ook de bereidwilligheid van Bredanaars om een helpende hand te bieden. “Binnen drie dagen hadden we honderden vrijwilligers die klaarstonden om de Koepel te verbouwen van voormalige gevangenis tot een opvangplek voor Oekraïners.” 

‘Barmhartig’ 

Afgelopen zaterdag werd stilgestaan bij het pijnlijke jubileum van de oorlog. Na een samenzijn in de Koepel waar burgemeester Depla bij aanwezig was, werd er een vredesmars richting de Grote Markt gelopen. Voor het stadhuis vormden de Oekraïners een kring om zo’n tweehonderd blauwe en gele kaarsenhouders in de vorm van de Oekraïense vlag. Het trieste weer bood een passend decor bij de herdenking. De vele blauwe en gele paraplu’s maakten het beeld compleet. 

Een einde aan de oorlog lijkt nog niet in zicht. Van Drunen hoopt dat er snel afspraken worden gemaakt in Genève, zodat Oekraïne weer vrij kan zijn. Tot het zover is, zijn vluchtelingen uit Oekraïne welkom in Breda, benadrukt hij. “Voor ons gemeentehuis hangt nog steeds de Oekraïense vlag. Generaal Maczek heeft Breda bevrijd. Hij heeft een geschiedenis in Polen en Oekraïne. Nu zijn wij het aan onze stand verplicht om de Oekraïners te helpen. Hoe de toekomst er precies uitziet, weet ik niet. Maar Breda blijft Oekraïners barmhartig een plek bieden, of dat nou hier in de Koepel is of elders.”