College-uitspraak over discriminatie woonwagenbewoners in Breda met gemengde gevoelens ontvangen 

Bart Hülters en advocaat Peter Schouten bij het College voor de Rechten van de Mens | Foto: Jan van de Lindeloof/BredaNu

Voor veel woonwagenbewoners is het belangrijk om in familieverband te wonen. Bredanaar Bart Hülters wacht al bijna twintig jaar op de kans om bij zijn ouders op het kamp aan de Weegbladtuin te wonen. Toen die kans zich enkele jaren geleden voordeed, maakte de gemeente Breda een andere keuze. Hülters voelde zich gediscrimineerd, als bevolkingsgroep én persoonlijk. Hij daagde de gemeente Breda voor het College voor de Rechten van de Mens. De uitspraak volgde op 16 februari, twee maanden na de zitting. 

De aanklacht bestond uit meerdere onderdelen. De gemeente Breda gaf geen toestemming voor uitbreiding van het kamp aan de Weegbladtuin, maar later wel aan woningcoöperatie Alwel om er appartementen te bouwen. Daarnaast voelde Hülters zich persoonlijk gediscrimineerd in een telefoongesprek met een medewerker van de gemeente. Hij zou niet in aanmerking komen voor een standplaats, omdat hij een woonwagenbewoner is. 

‘Verborgen onderscheid’ 

Hülters kan zich niet helemaal vinden in de uitspraak die het College gedaan heeft. Hij heeft er vooral moeite mee dat het College aangeeft dat er foutief gehandeld is, maar dat er geen sprake van discriminatie is omdat de gemeente nu wel correct handelt: “Gemeenten mogen niet meer het uitsterfbeleid hanteren. Dat hebben ze in Breda tot 2023 gedaan. Ze deden het verkeerd, maar ze doen nu hun best. Dus ja, het was dus eigenlijk geen discriminatie, omdat ze nu wel hun best doen.” 

Advocaat Peter Schouten denkt positiever over de uitspraak van het College. Het college heeft geoordeeld dat er geen verboden onderscheid, discriminatie dus, is gemaakt bij het verlenen van de vergunning. Ook tegen Alwel is gezegd dat ze er geen woonstaanplaatsen mogen maken. “Puur juridisch gezien klopt dat wel. Maar wat het college gemist heeft, is dat ook gevraagd is of er appartementen gebouwd mochten worden. Dat is geweigerd aan meneer Dufour, de eigenaar van de grond, en in dezelfde periode toegestaan aan Alwel. En daar zit natuurlijk wel een verborgen onderscheid in. Het college had daar op zijn minst wel een opmerking over mogen maken.” 

‘Kort door de bocht’ 

Het tweede punt noemt Schouten juist een overwinning. Het college oordeelt dat tot 2023 verboden onderscheid is gemaakt in Breda tussen sociale huurwoningen en staanplaatsen. “Woonwagenbewoners moesten veel langer wachten op een woonplaats, in het geval van Bart zeventien jaar. Als je je inschrijft voor een sociale huurwoning duurt dat 7 jaar. Daar is wel een verboden onderscheid gemaakt.”  

En dan was er het derde punt: de opmerking van een medewerker van de gemeente Breda: Hülters komt niet in aanmerking voor het stuk grond omdát hij een woonwagenbewoner is. “En daar zit wel een hele interessante juridische omkering in”, stelt Schouten. “Stel nou dat er was gezegd: ‘je mag daar niet wonen omdat je Turks bent.’ Dan staat het land op z’n achterste benen. Het college heeft beoordeeld dat dit geen discriminatie is. Dat vind ik te kort door de bocht.  Dus, ik vind in punt 1 dat het college wel een punt heeft. Ik vind in punt 2 dat het college het helemaal goed besloten heeft. En ik vind in punt 3 dat ze wat kort door de bocht zijn gegaan. En ik respecteer dat college heel erg, hoor.”

Beleid aanpassen 

De gemeente Breda waardeert de zorgvuldige manier waarop de klacht is beoordeeld. “We zijn blij dat het College voor de Rechten van de Mens de conclusie trekt dat de gemeente geen verboden onderscheid maakt en dat er geen sprake is van discriminatie. Het college benoemt dat ons beleid tot 2023 onvoldoende rekening hield met de woonbehoefte van deze specifieke doelgroep. Dat signaal nemen wij serieus en hebben we destijds ook erkend.” 

Het signaal was voor de gemeente aanleiding om onder andere het beleid aan te passen en het aantal standplaatsen uit te breiden. “We zien ook nu dat de behoefte aan plekken nog groot is. Daarom blijven we inzetten op de ingeslagen weg om extra woonwagenstandplaatsen te realiseren. De gemeente neemt de aanbeveling van het College voor de Rechten van de Mens –een openbare, actuele wachtlijst– ter harte en bekijkt hoe deze kan worden overgenomen.” 

Raad van State 

Hülters laat het er nog niet bij zitten. De Raad van State is de volgende stap om bouwrechten te krijgen. “Ja, dat ze in ieder geval het plan van Alwel terugtrekken. Alwel geeft aan dat als de gemeente de kosten betaalt, die ze gemaakt hebben, ze van hun plan afstappen. De gemeente houdt dit tegen. In de rechtszaak hebben ze wel fouten toegegeven, maar op dit punt blijven ze bij hun standpunt.” 

De voormalige eigenaar van de grond, Hannes Dufour, heeft de Stichting Woonwagenbelangen gemachtigd om voor hem op te treden. Daardoor is het mogelijk om de klacht opnieuw in te dienen. Het maakt de zaak sterker omdat Dufour degene was die de bouwaanvraag had ingediend. “Als mijn cliënt dat wil, doen we dat gewoon weer. Dat bepaalt Bart Hülters nu”, zegt Schouten. 

“Oude bomen moet je niet verplanten’ 

Als vaststaat dat de gemeente Breda tot 2023 heeft gediscrimineerd, dan kan iemand die daardoor is getroffen schade vorderen in een civiele procedure. “Dat is nog niet door een rechter vastgesteld, maar het college vindt in ieder geval dat dit aan de hand is. En dat heb ik nu ook tegen de Stichting Woonwagenbelangen gezegd: haal de mensen maar bij elkaar die al langer hebben zitten wachten dan zeven jaar.” 

Er zijn in ieder geval ontwikkelingen. De gemeente Breda is actief bezig met het creëren van nieuwe standplaatsen op bestaande kampen en er wordt gezocht naar locaties voor nieuwe standplaatsen. Hülters vindt dat positief, maar is er zelf niet mee geholpen. Het geeft hem niet de kans om in familieverband te wonen. Verhuizen naar een nieuwe locatie mét zijn ouders ziet hij niet als een optie. “Oude bomen moet je niet verplanten, zeg ik altijd.”