Gemeente Oosterhout zet in op versnelling woningbouw

Gemeentehuis Oosterhout
Gemeentehuis Oosterhout | Foto: ORTS

De druk op de woningmarkt in Oosterhout blijft groot. Starters wachten lang op een betaalbare woning, ouderen zoeken passende huisvesting en ook de wachttijden voor sociale huur lopen op. Tegelijk blijft de regio aantrekkelijk voor nieuwe inwoners, waardoor de vraag naar woningen verder toeneemt. 

Het college van burgemeester en wethouders wil daarom meer tempo maken met woningbouw. Met een pakket aan maatregelen zet de gemeente in op sneller bouwen, het vergroten van het aantal woningen en het beter borgen van betaalbaarheid. Daarbij werkt de gemeente niet alleen lokaal, maar ook samen met omliggende gemeenten in de regio. 

Sturen op betaalbaarheid en behoefte 

Om nieuwbouwwoningen betaalbaar te houden, heeft de gemeente prijsgrenzen vastgesteld voor nieuwbouw in 2026. In combinatie met de nieuwe nota grondprijzen moet dit ervoor zorgen dat een deel van de nieuwbouw bereikbaar blijft voor starters en middeninkomens. Zo wil de gemeente voorkomen dat nieuwbouwprojecten alleen in de duurdere segmenten terechtkomen. 

Daarnaast is begin dit jaar een nieuw woningbehoefteonderzoek gestart. De woningmarkt verandert snel door factoren zoals bevolkingsgroei, vergrijzing en veranderende woonwensen. Met actuele cijfers wil de gemeente beter inzicht krijgen in hoeveel woningen nodig zijn, voor welke doelgroepen en in welke prijsklassen. 

De resultaten van dit onderzoek worden in het tweede kwartaal van 2026 verwacht. Daarna wil de gemeente de uitkomsten gebruiken om gerichte keuzes te maken in het woningbouwprogramma. Daarmee moet niet alleen méér worden gebouwd, maar vooral ook wat daadwerkelijk nodig is. 

Sneller bouwen via regionale bouwstroom 

Om de bouwproductie te versnellen sluit Oosterhout aan bij een regionale bouwstroom binnen de Stedelijke Regio Breda – Tilburg. Bij deze aanpak worden conceptwoningen ontwikkeld die meerdere keren gebouwd kunnen worden. De woningen hebben dezelfde basisplattegrond, maar krijgen verschillende gevels zodat ze passen in verschillende wijken. 

Het voordeel van deze werkwijze is dat ontwerp- en bouwprocessen sneller verlopen en kosten lager blijven. In de regio werken zes woningcorporaties en drie gemeenten samen aan dit project. Het doel is om minimaal 1.000 sociale en middeldure huurwoningen via deze methode te realiseren. 

Woningcorporatie Thuisvester wil tot 2033 ongeveer 300 woningen via deze aanpak bouwen. Een deel van deze woningen kan in Oosterhout worden gerealiseerd. De eerste projecten worden naar verwachting vanaf 2027 gebouwd. 

Minimaal 2.200 woningen tot 2030 

Samen met het Rijk, de provincie en andere gemeenten in de regio zijn de woonafspraken opnieuw vastgesteld. Volgens die afspraken moeten er in Oosterhout tot en met 2030 minimaal 2.200 woningen bijkomen. Dat aantal geldt als ondergrens en kan in de praktijk dus nog hoger uitvallen. 

De afspraken lopen door tot 2034. Gemeenten in de regio spreken elkaar aan als de woningbouw achterblijft. Gemeenten die extra woningen realiseren binnen de afspraken kunnen rekenen op ondersteuning van de provincie en het Rijk, bijvoorbeeld bij procedures of financiering. 

Daarnaast zijn verschillende locaties in Oosterhout aangewezen als regionale sleutellocaties. Daardoor kunnen samenwerking en besluitvorming rondom woningbouwprojecten sneller verlopen. Het gaat onder meer om gebieden rond de Pasteurlaan, Oosteind, Slotjesveld, de Esdoornlaan en Wilhelminakanaal Zuid. 

Gemeente wil tempo vasthouden 

Volgens wethouders Eric Melsen en Jan-Willem van der Zanden vraagt de woningnood om duidelijke keuzes en tempo. In de afgelopen vier jaar zijn er in Oosterhout al ruim 1.250 woningen gebouwd, maar volgens het college is dat nog niet genoeg om de vraag bij te houden. 

De gemeente wil daarom blijven bouwen en tegelijkertijd slimmer bouwen. De regionale bouwstroom moet daarbij helpen om sneller betaalbare en duurzame sociale huurwoningen te realiseren. Volgens het college neemt Oosterhout daarmee zowel verantwoordelijkheid in de regio als voor de eigen inwoners.