De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is in bijna zeventig gemeenten gestart met een proef rond zogeheten noodsteunpunten. Ook de gemeente Oosterhout doet mee aan deze landelijke pilot. Het doel: testen hoe goed gemeenten, hulpdiensten en inwoners voorbereid zijn op langdurige noodsituaties zoals stroomuitval, een cyberaanval of extreme weersomstandigheden.
De proef komt voort uit een bredere overheidscampagne waarin inwoners wordt geadviseerd zich voor te bereiden op de eerste 72 uur van een ramp. Eerder ontvingen Nederlanders al een informatieboekje met praktische tips, zoals het samenstellen van een noodpakket en het in huis hebben van contant geld. Met de noodsteunpunten wordt nu een volgende stap gezet: hoe organiseren we hulp en informatie als reguliere voorzieningen uitvallen?
Wat betekent dit voor Oosterhout?
In Oosterhout wordt de komende maanden gekeken hoe een noodsteunpunt in de praktijk functioneert. Zo’n punt is een centrale locatie waar inwoners terechtkunnen voor informatie en ondersteuning wanneer bijvoorbeeld de stroom langdurig uitvalt of het mobiele netwerk platligt. Denk aan plekken in een wijkcentrum of gemeentelijk gebouw waar medewerkers van de gemeente, hulpdiensten en vrijwilligersorganisaties samenwerken.
Voor Oosterhout betekent dit concreet dat er lokaal wordt geoefend met scenario’s. Wat gebeurt er als een hele wijk zonder stroom zit? Weten inwoners het noodsteunpunt te vinden? Zijn er noodaggregaten beschikbaar? En hoe bereiken we kwetsbare inwoners, zoals ouderen of mensen met een zorgbehoefte? Door deze situaties te oefenen, wil de gemeente inzicht krijgen in wat goed gaat en waar nog verbeterpunten liggen.
Leren van praktijksituaties
De proef is nadrukkelijk bedoeld om ervaring op te doen. Volgens de initiatiefnemers weten hulpdiensten bij reguliere incidenten, zoals een verkeersongeluk of brand, precies wat hun rol is. Maar bij langdurige ontwrichting, bijvoorbeeld meerdere dagen zonder elektriciteit, komt er veel meer kijken bij de organisatie van hulp en communicatie.
In Oosterhout wordt daarom ook gekeken naar praktische vragen. Waar kunnen inwoners drinkwater krijgen als de watervoorziening verstoord raakt? Zijn lokale ondernemers, zoals bakkers of supermarkten, in staat om hun rol te blijven vervullen? En hoe zorgen we ervoor dat mensen zonder werkende telefoon toch informatie ontvangen? Het zijn vragen die tijdens de proef in kaart worden gebracht.
Samenwerking in de regio
De pilot wordt uitgevoerd in samenwerking met onder meer het Rijk en de VNG. Landelijk moet de proef een beeld geven van hoe goed Nederlandse gemeenten voorbereid zijn op grootschalige noodsituaties. Andere landen, zoals in Scandinavië, hebben al langer ervaring met dit soort lokale voorbereidingen.
Voor Oosterhout biedt deelname aan de proef de kans om de eigen crisisorganisatie tegen het licht te houden en samen met inwoners te werken aan weerbaarheid. De ervaringen van het komende jaar moeten duidelijk maken waar de gemeente staat en wat er nodig is om in de toekomst sneller en effectiever te kunnen handelen bij een noodsituatie.
Andere gemeenten die in Brabant meedoen zijn: Tilburg, Roosendaal, Woensdrecht, Helmond, Gemert-Bakel en Laarbeek




