Raad van State hakt knoop door over omstreden hoogspanningslijn in de regio 

Hoogspanningsstation in Breda | Foto: Tijmen Moelker / BredaNu

De Raad van State heeft eind vorig jaar definitief groen licht gegeven voor de aanleg van de 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Rilland en Tilburg. Daarmee komt er duidelijkheid voor gemeenten in West-Brabant, waaronder Oosterhout, Geertruidenberg, Drimmelen en Altena. De hoogspanningslijn heeft gevolgen voor het landschap, de infrastructuur en de regionale energievoorziening wanneer het naar alle waarschijnlijkheid dit jaar gebouwd gaat worden. 

Met de uitspraak komt een einde aan een langdurige juridische procedure over het rijksinpassingsplan “Zuid-West 380 kV Oost”. Eerdere besluiten van het Rijk waren op onderdelen onvoldoende onderbouwd, maar die gebreken zijn inmiddels hersteld. Daardoor mag het project doorgaan en kan netbeheerder TenneT de nieuwe verbinding realiseren. 

Belang voor regionale energievoorziening 

De nieuwe hoogspanningslijn is volgens het Rijk noodzakelijk om het overvolle elektriciteitsnet in West-Brabant te versterken. Ook in gemeenten als Breda, Oosterhout en Geertruidenberg lopen bedrijven en woningbouwprojecten steeds vaker tegen netcongestie aan: nieuwe aansluitingen zijn niet altijd mogelijk. 

Met de extra 380 kV-verbinding moet er meer ruimte komen voor duurzame energie, zoals zonne- en windprojecten, en voor economische groei in de regio. 

Bezwaren van bedrijven en inwoners deels erkend 

Tijdens de procedure zijn verschillende bezwaren ingediend door bedrijven, agrariërs en bewoners langs het tracé. Een opvallende zaak betrof een betonmortelcentrale in Oud Gastel, die vreesde dat de hoogspanningslijn de bedrijfsvoering ernstig zou beperken. 

De Raad van State gaf dit bedrijf eerder gelijk dat het Rijk onvoldoende rekening had gehouden met de gevolgen. In een herstelbesluit is het plan daarop aangepast. Boven het terrein van het bedrijf is nu vastgelegd dat de hoogspanningsdraden op grotere hoogte komen te hangen. Daarmee is volgens de Raad van State voldoende gewaarborgd dat het bedrijf kan blijven functioneren. Vergelijkbare situaties kunnen zich ook voordoen bij bedrijven in Oosterhout en Geertruidenberg, waar industriële activiteiten dicht bij infrastructuur plaatsvinden. 

Agrariërs krijgen meer duidelijkheid 

Ook agrariërs in het tracégebied maakten bezwaar, uit vrees dat zij voor het telen van gewassen zoals snijmais een vergunning nodig zouden krijgen. Dat zou grote gevolgen hebben voor de dagelijkse bedrijfsvoering, ook in landbouwgebieden in Drimmelen en Altena. 

De Raad van State oordeelt dat deze zorgen terecht waren en dat de planregels op dit punt te onduidelijk waren. In het aangepaste plan is nu vastgelegd dat gewassen die bedoeld zijn om te oogsten, zoals snijmais, niet vergunningplichtig zijn. Daarmee is volgens de Raad van State de rechtszekerheid voor boeren hersteld. 

Wat merken inwoners in de regio hiervan? 

Voor inwoners van de regio betekent de uitspraak vooral dat de aanleg van de hoogspanningslijn dichterbij komt. Dat kan leiden tot zichtbare veranderingen in het landschap, met name rond Oosterhout en Geertruidenberg, en tot werkzaamheden in de omgeving. 

Tegelijkertijd benadrukt het Rijk dat de verbinding noodzakelijk is om toekomstige woningbouw, verduurzaming en bedrijvigheid in West-Brabant mogelijk te maken. Met deze uitspraak is de juridische onzekerheid verdwenen en is duidelijk dat de regio zich moet voorbereiden op de komst van deze nieuwe energie-infrastructuur.