Woonwagenbewoner Bart Hülters beschuldigt gemeente Breda van discriminatie, zitting bij College voor de Rechten van de Mens

Bart Hülters en advocaat Peter Schouten bij het College voor de Rechten van de Mens | Foto: Jan van de Lindeloof/BredaNu

Het aantal plaatsen op de Bredase woonwagenkampen is al jaren onvoldoende om alle gegadigden een plek te bieden. Veel kinderen van woonwagenbewoners willen graag bij hun ouders op het kamp wonen. Eén van hen is Bart Hülters die al bijna 20 jaar wacht op een eigen standplaats op het kamp aan de Weegbladtuin. In Utrecht was afgelopen donderdag een zitting bij het College voor de Rechten van de Mens, waarin Hülters de gemeente Breda beschuldigt van discriminatoir gedrag richting woonwagenbewoners.

Tot voor kort hanteerde de gemeente Breda een maximum aantal standplaatsen van 15 op de woonwagenkampen. Het gevolg hiervan was dat er onvoldoende plaatsen waren voor Bredanaren die zijn geboren op een kamp en daar graag in familieverband willen blijven wonen. Er is inmiddels een wachtlijst ontstaan waar 119 gegadigden op staan. 

Mogelijkheid voor uitbreiding 

Bart Hülters staat sinds 2008 ingeschreven voor een plekje op het kamp aan de Weegbladtuin. Tot nu toe is het niet gelukt een standplaats te krijgen en voorlopig zijn er anderen die voorrang hebben. De mogelijkheid voor extra plaatsen is er wel geweest. Naast het kamp ligt een stuk grond dat eigendom was van een kampbewoner. Door het bestemmingsplan mochten hier geen nieuwe standplaatsen komen. Het stuk grond is uiteindelijk verkocht aan wooncorporatie Alwel, die er een appartementencomplex gaat bouwen. 

De beschuldiging van Hülters bestond uit twee delen die na elkaar behandeld werden. In de eerste plaats ging het om de manier waarop met woonwagenbewoners in het algemeen wordt omgegaan. Knelpunt hierin is het grote tekort aan standplaatsen voor mensen die in het woonwagenkamp geboren zijn en daar graag willen blijven wonen als ze het ouderlijk huis verlaten.

‘Gelijke kansen’ 

Daarnaast gaf Hülters aan persoonlijk gediscrimineerd te zijn. Dit gebeurde in een telefonisch contact met een medewerker van de gemeente Breda. Deze zou gezegd hebben dat Hülters niet in aanmerking kwam voor een standplaats omdát hij een woonwagenbewoner is. Hülters gaf tijdens de zitting aan dat hij het gevoel heeft dat tegen woonwagenbewoners alles gezegd kan worden. “Door de gemeente, door de politie, dat kan toch niet. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik gelijke kansen had.”

De gemeente Breda werd bij het college vertegenwoordigd door een directeur en twee collega’s van de gemeente, samen met een advocaat van de gemeente. Zij gaven aan dat in het verleden inderdaad beter gehandeld had kunnen worden en benadrukten dat in de begroting van 2026 ruimte is vrijgemaakt voor uitbreiding van een zevental woonwagenkampen en een volledig nieuw kamp op een nog niet bekende locatie. “Het is geen geheim dat dingen niet goed zijn gegaan, maar we maken nu substantiële stappen vooruit”. De persoonlijke discriminatie van Hülters vindt de gemeente moeilijk te beoordelen omdat zij daar niet bij zijn geweest. Dat maakt het lastig inschatten, maar zo werd aangegeven, het kan zeker zo zijn overgekomen bij Hülters. “Als er morgen wordt gebeld met dezelfde vraag zal het antwoord anders zijn”.  

Wonen in familieverband niet mogelijk 

Hülters gaf aan dat hij blij was met de huidige ontwikkelingen, maar tegelijkertijd dat het onvoldoende is, te lang heeft geduurd en dat hij nog weinig ziet gebeuren. Omdat de geplande uitbreidingen niet op het kamp aan de Weegbladtuin plaatsvinden, is wonen in familieverband niet mogelijk voor Hülters. Anderen komen eerder in aanmerking voor een plaats op een ander kamp. Het is namelijk niet alleen de volgorde van aanmelding op de wachtlijst die meespeelt in de uiteindelijke toewijzingen.

Hülters werd tijdens de zitting ondersteund door advocaat Peter Schouten. Na afloop wilde Schouten in de eerste plaats benadrukken dat het heel goed is dat we in Nederland een College voor de Rechten van de Mens hebben. “Omdat er heel veel landen zijn waar je niet bij zo’n college terecht kunt op het moment dat je negatief wordt bejegend. We staan hier nou toch met iemand uit een bepaalde bevolkingsgroep, met een bepaalde afkomst, die ook erkend wordt door internationale culturele instellingen en ook door Nederland als ‘die woonwagengroep’.”

‘Goed geluisterd’ 

Schouten was tevreden over het verloop van de zitting. “Ik vind dat er hier goed is geluisterd en ik vind dat er goede vragen zijn gesteld. Ik denk dat de essentie van alles is dat de gemeente op verschillende punten heeft erkend dat ze niet goed hebben gehandeld. En wat ik zo vreemd vind is dat het ze zoveel moeite kost om gewoon een keer excuses uit te spreken. Gewoon: ‘sorry, dit is fout gegaan’. Ik denk dat het heel belangrijk is voor de heling van een onrecht dat je mensen aandoet, dat zoiets wél gebeurt. En vandaag is dat feitelijk ook weer niet gebeurd.”

Schouten is van mening dat het College moet beoordelen wat er in het verleden is gebeurd en dat dit los gezien moet worden van de huidige plannen voor het creëren van extra standplaatsen. “Als het college moet gaan beslissen, moeten ze over tóen beslissen en niet over nu. Of de bespoediging van het aantal woonwagenstandplaatsen daadwerkelijk wordt doorgezet is allemaal nog niet bekend. Ze hebben nu aangegeven dat ze dit wel willen doen, maar zodra er een omgevingsdialoog komt met mensen die zeggen ‘wij willen die lui niet in onze buurt’ is er wéér geen plek. De enige plek waar dat niet het geval was, was die grond bij de Weegbladtuin. Daar had iemand het land zelfs al gekocht en nog gaat het niet door.” 

Goed gevoel 

Bart Hülters zelf hield een goed gevoel over aan de zitting. “Het is klip en klaar. Ze hebben gediscrimineerd en dat spreekt iedereen uit: de wethouders, de mensen van de raad. Ook over dat stuk grond, zelfs 50plus zegt ‘fijn dat ze appartementencomplexen gaan bouwen, maar hier horen gewoon standplaatsen te komen’. Die grond hadden ze nooit aan Alwel mogen verkopen.” De uitspraak van het college wordt op 16 februari van het nieuwe jaar bekendgemaakt.