Woonzorgvoorziening voor jongeren in IJpelaar stuit op weerstand bij omwonenden: ‘Hij gaat er komen’ 

Wethouder Arnoud van Vliet beantwoordt vragen van de bewoners van de IJpelaar | Foto: Jan van de LIndeloof/BredaNu

In de kapel van de St. Joost was dinsdag een informatieavond voor bewoners van de Bredase wijk IJpelaar over de woonzorgvoorziening voor jongeren die daar in september wordt geopend. De reacties tijdens en na de avond maakten duidelijk dat veel aanwezigen geen vertrouwen hebben in de keuze voor deze locatie.

De bijeenkomst was oorspronkelijk gepland in ’t Wijklab in de Rijnesteinstraat. Door het hoge aantal aanmeldingen werd gekozen voor een grotere locatie buiten de wijk: de kapel van de St. Joost School of Art & Design. Wethouder Arnoud van Vliet (VVD) was aanwezig om de aanwezigen te woord te staan. Hij werd bijgestaan door SMO Breda en twee medewerkers van Stichting Twist, een organisatie die ervaring heeft met jongeren op weg helpen om weer op eigen benen te staan.

‘Waarom in de IJpelaar?’

Als er al onduidelijkheid bestond over de komst van de woonzorgvoorziening bij de aanwezigen, dan werd die weggenomen door de eerste opmerking van wethouder van Vliet: “Hij gaat er komen. Dat is nodig. Het is een opdracht vanuit de wet.”

Maar waarom in de IJpelaar? Een wijk waar volgens veel van de omwonenden al het een en ander speelt, waaronder overlast van jongeren. “Deze locatie kwam anderhalf jaar geleden bij ons in beeld”, vertelt Van Vliet. “Het is een vrij afgesloten locatie met veel buitenruimte. En het gebouw heeft al de juiste bestemming.”

Stap voor stap

De vrees voor overlast en een gebrek aan passende maatregelen was vooraf ingeschat door de gemeente. Er waren heel wat telefoontjes binnengekomen bij het stadskantoor om zorgen te uiten. Van Vliet probeerde die bezorgdheid weg te nemen door te benadrukken dat de gemeente stap voor stap tewerk gaat. De jongeren komen niet alle 25 tegelijk en er wordt geëvalueerd of het goed gaat. “Als het niet goed gaat, grijpen we in.”

Ingrijpen houdt in dat een jongere die zich niet aan de afspraken houdt, de voorziening moet verlaten. In het slechtste geval, vanuit de gemeente gezien, zou het zelfs kunnen betekenen dat de voorziening wordt gesloten. “Tegelijkertijd denken we dat we voldoende maatregelen hebben getroffen”, zegt Van Vliet. Die maatregelen bestaan onder ander uit intensieve begeleiding. Er zijn 24 uur per dag begeleiders aanwezig, er komt een telefoonnummer dat 24 uur bereikbaar is bij overlast en er wordt meteen actie ondernomen als er naar dat nummer gebeld wordt.

Angst voor extra inbraken

Die toezeggingen nemen de ongerustheid niet weg. De mededeling dat het een open instelling is, die de jongeren mogen verlaten wanneer ze willen en dat middelengebruik op de kamers is toegestaan helpt niet om dat gevoel te verminderen. Bewoners spreken angst uit voor extra inbraken in de wijk en er klinken reacties als ‘dat is toch geen antwoord’ en ‘als we nu bellen wordt er ook niks gedaan’.

Het is duidelijk dat een overgrote meerderheid van de aanwezigen de komst van de zorgwoonvoorziening niet ziet zitten. Dat is ook logisch: bewoners van de IJpelaar die géén problemen voorzien, zijn waarschijnlijk thuisgebleven. Wethouder Van Vliet geeft aan dat hij graag met de wijkraad in gesprek gaat over de huidige overlast. Vanuit de zaal wordt de opbouwende suggestie gedaan om met een afvaardiging van de wijkraad kennis te maken met de jongeren.

Onbehaaglijk gevoel

Als de dagvoorzitter om 20:45 uur besluit dat het tijd is voor de laatste vraag, blijkt die vraag een optimistische afsluiting van de avond te zijn: “Laten we uitgaan van het positieve. Misschien kunnen die jongeren een bijdrage leveren aan de wijk.” De avond wordt afgesloten en na het dankwoord klinkt een applausje voor de presentatie.

Toch gaan veel bewoners met een onbehaaglijk gevoel naar huis. Buiten wordt links en rechts nagepraat en klinkt kritiek: “over alle vragen wordt heen gepraat. Er komt geen duidelijk antwoord, er is geen stappenplan, niks. Dáár komen extra patrouilles, híer gaan we op letten. Nee, bel een nummer. Alsof die begeleiders als boa’s komen optreden!”, briest één van de bezoekers. “Je mag een nummer bellen. Ik bel al een jaar, iedere vrijdag- en zaterdagnacht voor de hangjongeren voor mijn deur.”

Dat heb ik nooit gezien

Een dame geeft aan dat ze is geschrokken van de verhalen over de buurt: “Er is een huurgedeelte en een koopgedeelte. Ik woon in het koopgedeelte. Maar als ik dan hoor wat er in het huurgedeelte speelt, dat heb ik nooit gezien” Een man die naar buiten komt, roemt de betrokkenheid van zijn wijk en geeft aan dat in zijn geval de antwoorden wél tot tevredenheid stemmen: “Weet je, het moet nog van start gaan. Laten we dat ook even de tijd en een kans geven.”