Woensdag vertrekken Jan de Blaaij en Hans Delwel naar de Verenigde Staten. Zij gaan een motorrit maken voor het goede doel. De opbrengst van hun Charity Ride gaat naar het Amphia ziekenhuis en naar onderzoek naar de ziekte waar ze allebei niet meer van zullen genezen: lymfeklierkanker.
Jan de Blaaij en Hans Delwel rijden beiden op een Harley Davidson. Ze leerden elkaar kennen tijdens een toertocht in coronatijd. Hans deelde zijn soep met Jan en sindsdien zijn ze goed bevriend. Wat ze ook met elkaar gemeen hebben, is hun ziekte. Beiden kregen lymfeklierkanker: eerst Hans, daarna Jan.
Zijden draadje
Beter worden ze allebei niet meer. Toch zijn ze het personeel van het Amphia ziekenhuis dankbaar voor de goede zorgen. Ze besloten hun dankbaarheid te tonen in de vorm van een crowdfundingsactie. Met een rit van 15.000 kilometer door de Verenigde Staten hopen ze minimaal 12.000 euro op te halen.
Het hing nog even aan een zijden draadje of de reis kon doorgaan. Het ging de afgelopen tijd iets minder met de gezondheid van Jan. Er werd al gesproken over een mogelijk uitstel van de rit naar volgend jaar. Gelukkig gaat het nu weer beter, waardoor Hans en Jan woensdag alsnog kunnen vertrekken.
Koffer vol medicijnen
“Goed, goed, goed, goed”, is het overtuigende antwoord van Jan als hem naar zijn gezondheid wordt gevraagd. “Dat was even een dingetje, maar het is allemaal goed gekomen.” Een week voor het vertrek zijn Jan en Hans allebei nog op controle geweest in het ziekenhuis. “Niet omdat we op vakantie gaan, maar gewoon de driemaandelijkse controle. En dat was bij ons allebei allemaal goed”.
De twee hebben wel een koffer vol medicijnen meegekregen van de artsen.” Ik had alleen paracetamol ingepakt, maar ze zeiden: ‘je moet dit meenemen, je moet dat meenemen.’ Ik heb op voorhand antibiotica meegekregen, maar die heb ik in principe niet nodig. En ik mag altijd bellen als er iets is. Echt hartverwarmend hoe ze meedenken.”
Tandenborstel en een onderbroek
De Bredase motorrijder vertelt met veel enthousiasme. Hij heeft er duidelijk zin in. Het ligt voor de hand dat de laatste week voor vertrek in het teken staat van voorbereidingen. Bij Jan en Hans ligt dat anders. “Of ik al ingepakt heb? Dat vraagt iedereen. Wij hebben natuurlijk grote koffers op die motoren zitten. De kleding, de motorschoenen, een regenpak, alles wat wij nodig denken te hebben, dat is al in Amerika. Morgen pakken we ons rugzakje in met een tandenborstel en een onderbroek. Meer is niet nodig en dan zijn we weg.”
Jan en Hans ontvangen veel reacties uit hun omgeving. Niet alleen de pers heeft aandacht voor hun actie. Ook hun motorclub toont betrokkenheid. De leden wilden eigenlijk meerijden naar het vliegveld, maar dat leek Jan en Hans geen goed idee. Afgelopen weekend werd een afscheidsrit georganiseerd. “Bij het Strooien Huis stonden ruim zeventig motoren, allemaal ronkend en toeterend.”
Barbecue
Woensdag om 11:15 uur is het vertrek. Twee uur later landen ze in New York, dankzij het tijdverschil van zes uur. Daar worden ze welkom geheten door een Harley Davidsondealer. “Die belde ons op en zei, jongens, waar zitten jullie precies?” Dat is niet in New York zelf, maar in Newark, twintig kilometer. Voor Amerikaanse begrippen vlakbij.
“Hij zei: ‘ik kom jullie ophalen op het vliegveld en dan breng ik jullie naar het hotel toe. Ik maak voor jullie een reisschemaatje, want ik weet precies welke metro je moet hebben. En als jullie terugkomen, doen we lekker een barbecue. Zo, leuk! Ja, dat zijn van die reacties die we echt uit heel Amerika krijgen.”
Nergens aan gebonden
Jan verwacht dat ze tussen de 15.000 en 20.000 kilometer zullen rijden. “Dat is een streven. We zijn nergens aan gebonden en we hebben geen hotels geboekt. We kunnen het indelen zoals we zelf willen. Zit het een keer tegen, dan passen we de route aan. Lukt het niet, dan lukt het niet. Lukt het wel, dan is het mooi meegenomen.”




