Zaterdagmiddag vond in de Grote Kerk in Breda het eerste Diasporafestival plaats. Tijdens het festival kwamen verschillende gemeenschappen samen met zang, dans, muziek en eten. Het gaat om diasporagemeenschappen: mensen die niet van oorsprong uit Nederland komen, maar hier nu wonen.
Het festival richt zich op diasporagemeenschappen zoals de Molukse, Surinaamse, Caribische en Afrikaanse gemeenschappen. Wat deze gemeenschappen met elkaar verbindt, is het koloniale verleden en migratie door noodgedwongen of politieke redenen, vertelt projectleider Robert Lambertus. Hij zette het festival samen op met Stichting Herdenking Afschaffing Slavernij Breda (HASB).
Cultureel erfgoed
Tijdens het festival is een programma samengesteld met en voor vertegenwoordigers uit deze gemeenschappen, vertelt Robert. “Met name hun eigen cultuur kunnen en willen uitdragen. Door middel van muziek, dans en informatiestanden. En heel belangrijk is ook het eten.”
Het festival is bedoelt om een brug van het verleden en het heden te leggen. Robert vertelt dat het een aanzet tot is als er word gekeken naar de verschillende gemeenschappen, om zo samen dingen oppakken. “Samen sterk. Vooral binnen de Nederlandse samenleving. Met respect voor elkaars culturen, maar ook voor de Nederlandse samenleving.” Zo delen zij hun cultuur met mensen voor wie die normaal minder zichtbaar is. “Dit is een mooie gelegenheid om het herkenbaar te maken.”
Educatie
Demi de Kom van HASB vindt het erg bijzonder om een festival als dit mee te maken in de Grote Kerk en dat er meer culturele activiteiten in Breda worden gehouden. “En het is echt mooi om te zien hoe de gemeente zich inzet voor meer educatie omtrent het koloniale en slavernijverleden.” Volgens Demi komt deze kennis te kort bij mensen. “Ik moedig eigenlijk iedereen aan om gewoon zelf echt de geschiedenisboeken in te duiken. En gewoon meer te leren over ons verleden.”
Ze vindt het ook belangrijk dat deze verhalen en cultuur worden gedeeld met jongere generaties. “Het is een deel van je geschiedenis, van je achtergrond. Ik vind het persoonlijk ontzettend belangrijk dat dit soort verhalen worden doorverteld. Het is een deel van onszelf en we moeten de geschiedenis waar we vandaan komen zeker niet vergeten.”
Een bezoekster van het festival is van de nieuwere generatie zij vertelt dat ze het ontzettend mooi vindt dat er zo’n festival word gegeven in de Grote Kerk met hun eigen cultuur. “Ik kan dan even nadenken over mijn eigen land. Hoe dat allemaal zit. Nog denken van vroeger. Hoe mijn opa en oma dat ook altijd deden.”
Zichtbaar zijn
Robert hoort van anderen vaak dat dit een uniek evenement is. “Ik zeg, dit is de eerste keer. Als de gemeente ons daar middels subsidie beschikbaar stelt, willen we graag dit oppakken.” Robert vertelt dat het festival uit eigen zak is betaald en dat de gemeenschappen zelf bijdragen hebben geleverd om dit mogelijk te maken.
Daarom betekend het voor Robert veel dat het eerste festival gegeven kan worden op een plek zo iconisch als de Grote Kerk, “Voor ons is het weer een visitekaartje dat we kunnen afgeven. En wij willen echt uit onze bubbel treden ook. We willen dat wij zichtbaar zijn. Niet alleen zichtbaar, maar ook dat wij een stem krijgen.” niet alleen met een stem duidt Robert, maar ook met muziek, zang en dans. “En vooral ook het samen zijn. In harmonie met elkaar leven.”




