Terwijl Quincy (25) haar locatie deelt met vriendinnen voordat ze naar huis gaat, kiest Merel (26) liever voor een langere route dan voor een donkere weg. Op het eerste gezicht lijken het kleine handelingen. Twee jonge vrouwen in Breda, twee verschillende avonden, maar hetzelfde gevoel. Voor veel vrouwen zijn dit geen bijzondere voorzorgsmaatregelen meer. Het is een routine geworden waarmee een avond wordt afgesloten.
Voor Quincy begint de voorzichtigheid al op het moment dat ze naar huis gaat. Binnen haar vriendinnengroep geldt één vaste afspraak: ‘Samen uit, samen thuis.’ Voordat ze naar huis vertrekt, deelt ze haar locatie via FindMy en onderweg houden de vriendinnen contact met elkaar. Soms met een appje, soms door elkaar te bellen. Pas wanneer iedereen veilig thuis is, wordt de telefoon neergelegd. “We houden elkaar aan de lijn totdat we allemaal thuis zijn”, vertelt Quincy.
Langere route
Merel herkent dat gevoel. De 26-jarige Bredase woont vlak bij het station van Breda en gaat tegenwoordig minder vaak uit dan vroeger. Als ze een avond weggaat, denkt ze vooraf bewust na hoe ze thuiskomt. Ze vermijdt het park Valkenberg en kiest liever voor een langere route via de Boschstraat. Niet omdat dat sneller is, maar omdat daar meer mensen wonen, meer verlichting is en meer sociale controle. “In het park ziet niemand het als er iets gebeurt,” zegt ze. “Door de Boschstraat lopen en wonen veel mensen. Dat voelt gewoon veiliger.”
Ook probeert ze zo min mogelijk alleen te zijn als zij naar huis loopt. Soms vertrekt ze eerder dan de eindtijd van vier uur in de ochtend en kiest zij voor een taxi. “Mijn oma zei op een gegeven moment tegen mij: pak maar de taxi, die betalen wij wel, zolang je maar veilig thuis bent.” Wat voor anderen misschien een simpele keuze lijkt, is voor haar een onderdeel geworden van de vaste afwegingen die bij een avond uit horen.
Twee vrouwen, twee routes, maar toch allebei bezig met dezelfde vraag:
“Hoe kom ik veilig thuis?”
Een avond die blijft hangen
Quincy gaat een paar keer per jaar uit, altijd met haar vriendinnen. Maar er is één avond die ze niet vergeet. Ze liep na het stappen naar haar fiets, toen een man naast haar stopte met zijn auto. Hij deed het raampje naar beneden en bood haar een rit aan. Ze zei hierop nee. “Hij bleef maar aandringen, maar ik zei steeds nee tegen hem. Nadat ik hem een paar keer had afgewezen werd hij boos en schold hij mij uit.” Ze wist niet wat zijn bedoelingen waren.
“Ik probeer altijd aardig en rustig te blijven. Ik wil namelijk geen conflict uitlokken.”
Na deze gebeurtenis belde ze direct haar vriendin op en bleef aan de lijn tot ze thuis was. Een melding maakte ze niet. “Ik weet ook niet of het zin heeft om zo’n melding te maken,” zegt Quincy. Ze kende namelijk zijn kenteken niet meer, wist niet hoe hij eruit zag, omdat hij een petje en donkere kleding aanhad.
Merel had een vergelijkbaar moment. Ze liep alleen toen een groep jongens begon te roepen. Iemand stond zelfs op. Haar hart ging tekeer op dat moment. Ze wist niet of hij naar haar toe kwam of gewoon ergens anders heen moest. “Uiteindelijk was er niets aan de hand, maar de paniek was er al. Ik moest daarna wel even bijkomen.”
Een baksteen
Aydan Selvi werkt bij BO Diversity als coördinator van het straatintimidatiepunt ‘Intimideermijniet.nl’. Dat meldpunt is in opdracht van de gemeente Breda opgezet en biedt mensen de mogelijkheid om straatintimidatie te melden en nazorg te ontvangen. Ze herkent het gevoel dat melden weinig uithaalt: “Mensen weten soms niet dat het ernstig genoeg is om te melden. Of ze hebben het gevoel dat instanties er toch niets mee doen.”
Wat ze vooral ziet, is hoe vrouwen situaties normaliseren. Ze vergelijkt het met kiezelsteentjes. “Op zich niet zo pijnlijk, maar al die kiezelsteentjes bij elkaar vormen uiteindelijk een baksteen. Als die baksteen je raakt, dan voel je dat ook echt.” Ze ziet het terug bij vrouwen die veel met straatintimidatie te maken hebben. “Die lopen op een gegeven moment een soort groter trauma op en dat willen we bestrijden.”
“Ik ben me ervan bewust dat het een beetje bij het uitgaansleven hoort… maar fijn vind ik het niet.” – Quincy
Onderweg…
Tekst gaat door onder de foto

Het verschil tussen mannen en vrouwen
Merel heeft het er weleens over met haar vriend. Hij loopt soms alleen naar huis na een avond stappen, ook ‘s nachts. Geen stress. Geen andere route. Geen telefoon in zijn hand. “Hij voelt zich gewoon veilig. En er gebeurt ook niks.” Ze begrijpt het wel, maar het voelt voor haar als een andere wereld. Wanneer zij aangeeft dat ze liever niet door het park of een donkere straat loopt, probeert haar vriend haar gerust te stellen. “Dan zegt hij: kom, we gaan gewoon”, vertelt ze. Volgens haar bedoelt hij dat goed en wil hij voorkomen dat ze zich niet laat leiden door de angst. Toch kiest ze uiteindelijk vaak voor haar eigen gevoel: “Als ik zeg dat ik niet wil, dan respecteert hij dat ook.”
Het laat ook meteen zien hoe anders mannen en vrouwen dezelfde stad soms beleven. Niet omdat de stad zelf verschilt, maar omdat de ervaring ervan dat wel doet. Quincy vertelt: “Overdag durf ik gewoon alleen te lopen, maar ‘s avonds ga ik automatisch om me heen kijken. In het donker voel ik me gewoon niet zo heel veilig als ik alleen ben.” Selvi noemt dit het verschil tussen objectieve veiligheid en het gevoel van veiligheid. Fysiek geweld komt gelukkig het minst voor van alle vormen van straatintimidatie.
“Maar verbaal geweld is ook schadelijk en die constante alertheid die vrouwen hebben, ook als er niks gebeurt. Dat telt ook mee.”
Volgens de Veiligheidsmonitor 2025 voelt 48 procent van de vrouwen zich weleens onveilig, tegenover 26 procent van de mannen. Vooral jonge vrouwen tussen de 15 en 25 jaar scoren hoog. Echter vangen die cijfers niet wat Merel bedoelt als ze een omweg neemt of wat Quincy bedoelt als ze onderweg is.
Bijna 850 meldingen, en toch zwijgen de meesten
Uit een enquête die voor dit artikel werd uitgezet onder jongeren in Breda bleek dat vrijwel alle vrouwelijke respondenten hun gedrag aanpassen als ze ‘s avonds over straat lopen. Locatie delen en iemand bellen zijn de meest genoemde maatregelen. Naroepen is de meest voorkomende ervaring. Bijna niemand heeft ooit een melding gemaakt. De mannen die de enquête invulden gaven aan zich weleens veilig te voelen en passen hun gedrag nauwelijks aan.
Dat beeld klopt met wat Selvi ziet bij het meldpunt. Sinds de start in 2021 zijn er inmiddels bijna 850 meldingen binnengekomen in Breda. Maar het aantal situaties dat nooit gemeld wordt, ligt veel hoger. ‘s Nachts, tijdens het stappen, normaliseren vrouwen wat er gebeurt.
“Dan denken ze achteraf: het hoort er gewoon bij. Maar dat klopt niet. Het hoort er niet bij.” – Selvi
Beperkte bewegingsvrijheid
Na de dood van Lisa uit Abcoude in 2025 steeg het aantal meldingen landelijk fors. “Niet alleen in Breda, maar ook landelijk weten mensen ons meer te vinden,” zegt Selvi. “Wat heel goed is, maar het is ook erg dat dat een leven heeft gekost voordat die aandacht er kwam.”
Uit onderzoek van Plan International onder Nederlandse meisjes en vrouwen tussen 16 en 27 jaar bleek dat 83 procent van hen seksueel ongewenst gedrag in de openbare ruimte heeft meegemaakt. Bij 63 procent beperkte dat hun bewegingsvrijheid, door parkeren of sportscholen te vermijden, of bepaalde routes niet meer te nemen.
Aanpassen als tweede natuur
Locatie delen, bellen met een vriendin, een omweg nemen, eerder naar huis gaan en zelfs een pepperspray in je tas hebben. Het zijn geen bijzondere dingen meer. Ze zijn gewoon geworden, zo vanzelfsprekend dat vrouwen er nauwelijks meer bij stilstaan. Quincy vertelt dat ze haar ouders er nooit veel over vertelt:
“Ik wil niet dat ze zich te veel zorgen maken. Dan zeggen ze misschien van: blijf maar gewoon thuis.”
Ze zegt het heel luchtig, maar er zit iets onder. “Als jongere wil je gewoon uitgaan, dingen ontdekken, genieten, maar tegelijkertijd leer je al vroeg dat dat met een lijstje voorzorgsmaatregelen gepaard gaat.”
‘Niet oké’
Merel denkt daar ook over na. Ze gaat bewust minder vaak uit dan een paar jaar geleden. Niet alleen omdat het duurder is geworden, maar ook omdat ze zich meer bewust is van wat er kan gebeuren. “Een paar jaar geleden fietste ik na het stappen gewoon alleen naar huis. Nu doe ik dat niet meer.” Ze zegt het zonder drama. Gewoon als een feit. “Ik ben er iets bewuster mee geworden en dat voelt eigenlijk best triest.”
Selvi hoopt dat dat verandert. Niet door vrouwen te vertellen hoe ze zichzelf moeten beschermen, maar door het gesprek te blijven voeren. “We moeten het juist blijven benoemen. Dat het niet normaal en niet oké is. Dat het nooit oké was.”
Thuis
Het is al laat als Quincy haar fiets op slot doet. Ze appt haar vriendin:
Tekst gaat door onder de foto

Merel is om het park gelopen en is ook binnen. De avond is goed verlopen.
“Ik hoop ooit gewoon zonder nadenken naar huis te kunnen lopen. Gewoon, zonder al die dingen in mijn hoofd.” – Quincy
“Ik vind het gewoon erg dat zoveel vrouwen hun levensstijl moeten aanpassen om zich veiliger te voelen. Dat zou niet zo moeten zijn.” – Merel




